Openingstijden
| Maandag | Gesloten |
| Dinsdag | 09:30 - 18:00 |
| Woensdag | 09:30 - 18:00 |
| Donderdag | 09:30 - 18:00 |
| Vrijdag | 09:30 - 18:00 |
| Zaterdag | 09:30 - 17:00 |
| Zondag | Gesloten |
Tegen de klok op een 32-inch Mega Mullet downhillbike
In de downhillscene wordt al jaren geëxperimenteerd met wielmaten. Eerst was er 26-inch, daarna 27,5, vervolgens 29 voor en 27,5 achter — de mullet. Nu duikt er een nieuwe variant op: de Mega Mullet, met een 32-inch voorwiel en een 29-inch achterwiel. De vraag is simpel. Levert dat extra centimetertje rubber écht tijdwinst op?
Het probleem van de moderne downhillrijder
Wereldbekercircuits worden ruwer, sneller en technischer. Wortelsecties hakken in op het tempo, steenvelden breken het ritme, drops eisen voorspelbaarheid. Een rijder verliest tijd niet op het rechte stuk, maar in de chaos ertussenin. Daar waar het voorwiel hapert, hapert de klok mee.
Een groter wiel rolt makkelijker over obstakels. Dat is geen marketing, dat is geometrie. De aanvalshoek tussen wiel en obstakel wordt vlakker naarmate de diameter toeneemt. Minder schok. Meer doorrol. In theorie.
Ontworpen vanuit geometrie
Het Mega Mullet-concept draait om balans. Een 32-inch voorwiel verandert de stuurhoek, de trail en het zwaartepunt. Framebouwers passen de geometrie aan om te voorkomen dat de fiets log of traag wordt in de bochten. De achterzijde blijft op 29-inch om wendbaarheid te behouden, om de rijder ruimte te geven achter het zadel bij steile afdalingen.
Het resultaat is een fiets die voorin gulzig is en achterin scherp. Een hybride. Een compromis dat geen compromis wil zijn.
De tijdrit als waarheidsserum
Voor de test werd een vaste downhilltrack gekozen met drie karakters: een ruwe bovensectie vol stenen, een middenstuk met krappe bochten en een snelle uitloop met grote compressies. Dezelfde rijder, dezelfde banden, dezelfde druk. Alleen het voorwiel verschilde — eerst 29, daarna 32.
In de bovensectie kwam het verschil meteen naar voren. Het 32-inch wiel sloeg minder hard in op de stenen, hield zijn lijn beter vast en gaf de rijder meer tijd om te kijken. Tijdwinst: ruim een seconde over honderdvijftig meter. Geen detail.
In het middenstuk keerde het beeld. De bredere stuuruitslag en het hogere voorwielmoment maakten richtingverandering trager. De fiets wilde rechtdoor, terwijl de track dat niet wilde. Een halve seconde verlies. Dat tikt aan.
Op de uitloop voelde de fiets stabiel, bijna onverstoorbaar. Compressies werden gladgestreken, de voorvork bleef hoog in zijn slag. De klok bevestigde het gevoel.
Wat de cijfers zeggen
Over de hele afdaling werd de Mega Mullet sneller geklokt dan de standaard mullet, met een marge van 0,8 seconde. Klein, maar consistent over meerdere runs. Belangrijker dan de tijd is de manier waarop die tijd wordt gewonnen: niet door agressie, maar door rust. De rijder hoefde minder te corrigeren. Minder massa in de armen. Meer controle in de lijn.
Of het concept de werkplaatsen van de wereldbekerteams bereikt, hangt af van bandenfabrikanten en UCI-reglementen. Het rubber bestaat nauwelijks. De regels nog niet.
Voor wie afdaalt op zoek naar tienden, opent het Mega Mullet-experiment een nieuwe deur. Voor wie afdaalt voor het plezier, blijft het een fascinerende blik op waar de sport heen rolt.
Groter wiel. Vlakkere lijn. Schonere klok.

